Stel: je hebt een bedrijf en de zaken gaan goed. Zo goed, dat je een nieuw bedrijfspand laat bouwen. Op de dag van de oplevering neem je trots als een pauw de sleutel in ontvangst, samen met een informatiemap over het gebouw van de aannemer. Hierin staat welke afwerkmaterialen waar zijn gebruikt. Samen met de aannemer loop je een opleverronde. Het gebouw ziet er fantastisch uit en je bedankt de aannemer voor zijn werk. De informatiemap berg je veilig op in een kast. De weken erna staan in het teken van stofferen, meubileren en verhuizen. Na enkele maanden voelen je medewerkers zich helemaal thuis in het nieuwe pand. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

Na anderhalf jaar begint het gebouw tekenen van slijtage te vertonen
Dan, na anderhalf jaar, begint het gebouw tekenen van slijtage te vertonen. Deuren sluiten niet goed meer, ramen beginnen te lekken… Dat moet zo snel toch niet kunnen? Je neemt contact op met de aannemer en doet je beklag. Deze geeft niet thuis. Gevolg? Je draait zelf voor de herstelkosten op. Hoe kan dat? Op een nieuw product zit toch altijd garantie?

Vanaf begin aantoonbaar onderhoud
Een logische gedachte. En precies die gedachte zorgt ervoor dat dergelijke situaties in de praktijk veel vaker voorkomen dan nodig. Enerzijds komt dat omdat veel gebouweigenaren niet bekend zijn met de voorwaarden voor garantiebehoud bij nieuwe gebouwen. Natuurlijk mag je van iets dat nieuw is verwachten dat het enige tijd mee gaat. Maar anders dan bij consumentenproducten, moet er dan wel vanaf het begin aantoonbaar correct onderhoud worden gepleegd. Gebeurt dat niet, dan vervallen in de meeste gevallen de garantiebepalingen. Daar komt bij dat veel gebouweigenaren er bij de oplevering van een gebouw ter goeder trouw vanuit gaan dat alles volledig correct is opgeleverd. Bouwen is mensenwerk en het komt dus voor dat er fouten worden gemaakt. Worden die bij de oplevering niet opgemerkt, dan is het lastiger om dit in een later stadium aantoonbaar te maken en daarmee aanspraak op de originele garantiebepalingen te kunnen maken.

Gebouw vanaf eerste moment onderhouden
Hoe werkt het dan? Een gevel bestaat uit elementen. Denk aan stenen, kozijnen, raamrubbers, voegwerk, kitnaden, dakgoten… Al die elementen hebben een vastgestelde levensduur, mits ze goed worden onderhouden. Daar zijn ook garantiebepalingen aan gekoppeld (deze zijn na te slaan via de website van de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche). Op het moment dat een gebouw wordt opgeleverd, bevinden de elementen zich in nieuwstaat. Door de tijd heen verslijten die elementen langzaam. De NEN2767 (norm voor de technische staat van elementen) onderscheidt hierbij de condities 1 tot en met 6, waarbij 1 staat voor nieuwstaat en 6 voor economisch onverantwoord om te herstellen. In principe is een conditie van 2 of 3 acceptabel. Ieder element heeft bepaald onderhoud nodig om de technische werking ervan te behouden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen preventief onderhoud (zorgen dat iets niet verslijt) en correctief onderhoud (herstellen van slijtage). Om te zorgen dat je als gebouweigenaar aanspraak kunt maken op de garantiebepalingen, is het daarom noodzakelijk om het gebouw vanaf het eerste moment te onderhouden.

Gevelonderhoudsbedrijven maken inzichtelijk in welk jaar welk onderhoud nodig is
Wat voor soort onderhoud en met welke frequentie is afhankelijk van allerlei factoren. Denk aan de ligging van het pand (bijvoorbeeld aan zee of nabij een spoorlijn), gebruikte afwerkmaterialen, de blootstelling aan de weerselementen en de mate van esthetische slijtage die acceptabel is voor een gebouweigenaar. De beste manier om dit inzichtelijk te maken, is met een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Gespecialiseerde gevelonderhoudsbedrijven maken hiermee precies inzichtelijk in welk jaar welk onderhoud nodig is en wat de daarbij te verwachten kosten zijn. Daarbij wordt het onderhoud vastgelegd in softwareprogramma’s, waardoor je als gebouweigenaar kunt bewijzen dat het onderhoud echt heeft plaatsgevonden. Bovendien zijn gespecialiseerde gevelonderhoudsbedrijven in staat om na oplevering te bepalen of het gebouw conform afspraak is gebouwd. Zo niet, dan zijn de herstelkosten voor rekening van de aannemer. Door dit direct inzichtelijk te maken, worden een hoop geld en vervelende discussies achteraf bespaard.

Hoe kleiner de slijtage, hoe makkelijker te herstellen
Daarbij heeft het regelmatig onderhouden nog een ander belangrijk voordeel. Hoe kleiner de slijtage, hoe makkelijker het is om dit te herstellen. En hoe makkelijker het is om te herstellen, hoe lager de kosten. Zet je de kosten van periodiek groot onderhoud af tegen de kosten van regelmatig klein onderhoud, dan kan dit over een periode van tien jaar zelfs een besparing tot 15 procent opleveren. Bovendien zijn er veel minder fluctuaties in de uitstraling van het gebouw.

Niet voor verrassingen komen te staan?

Wil je als gebouweigenaar niet voor verrassingen komen te staan en jarenlang van het nieuwe pand kunnen genieten? Win dan advies in. Want één ding staat buiten kijf: nieuw is niet hetzelfde als onderhoudsvrij.

Contact
Deel dit artikel: